Prekoloniale Geschiedenis


Ons prachtige eiland in de zuidelijke Caribische zee, werd vroeger bewoond door Caquetio (indianen). De datering van de oudste resten van Curaçao ligt tussen ca. 2900 – 2300 voor Christus. De resten die aangetroffen zijn bestaan uit afvalhopen van schelpen, dierlijk botmateriaal en stenen. De voorwerpen zijn voor verschillende doeleinden gemaakt. De vroegste sporen van menselijke bewoning op Curaçao door de Caquetio zijn te vinden in Rooi Rincon, een abri, een natuurlijke overhang in de rotsen.



De Spaanse ontdekking


Curaçao werd op 26 juli 1499 ontdekt door de Spanjaard Alonso de Ojeda. Toen woonden er ongeveer 2000 Caquetio op ons tropische eiland. De Caquetio stammen af van de Arowakken indianen. In 1515 werden vrijwel alle Caquetio als slaven weggevoerd naar Hispaniola, een ander eiland in de Caribische Zee.


Twaalf jaar later (1527) vestigden de Spanjaarden zich op Curaçao. Ze namen ook paarden, schapen, geiten en rundvee mee vanuit Europa. Daarnaast hebben de Spanjaarden diverse uitheemse bomen en planten aangeplant. Niet alle ingevoerde bomen en planten hadden evenveel succes. De dieren deden het over het algemeen wel goed. Het vee werd gehoed door de weinig overgebleven Caquetio en de Spanjaarden.


Met de landbouw hadden de Spanjaarden geen succes. De opbrengst van de agricultuur was teleurstellend, omdat de zoutpannen geen hoge opbrengst hadden. Daarnaast was er op Curaçao geen edelmetalen te vinden, waardoor de Spanjaarden Curaçao ‘’isla inutil’’ (nutteloos eiland) vonden. Hierdoor nam het aantal Spanjaarden in de loop der tijd af. Vermoedelijk door terugkeer, aanwas en kolonisatie stabiliseerde het aantal Indiaanse bewoners op Curaçao. Ze woonden verspreid over het eiland.



De West-Indische Compagnie


In 1634 werd Curaçao door de West-Indische Compagnie (WIC) veroverd op de Spanjaarden. De op het eiland aanwezige Spanjaarden gaven zich over en werden door de Nederlanders naar Venezuela gebracht en daar aan wal gezet. De WIC was op zoek naar een uitvalsbasis voor handel en kaapvaart, Curaçao lag gunstig. Ook had Curaçao de tot dan toe beste haven in het Caribisch gebied. Tevens was de WIC op zoek naar een goede bron van zout. Zowel op de kust van Venezuela als op Bonaire waren goede zoutpannen te vinden.


De WIC was verantwoordelijk voor het bouwen van het bekende fort, Fort Amsterdam , waar tegenwoordig de Curaçaose regering gevestigd is. In 1634 begonnen de Nederlanders met het bouwen van het Fort Amsterdam onder leiding van Admiraal Johan van Walbeek. De fortificatie had veel geld gekost maar de opbrengsten waren mager. Na verloop van tijd bewees Curaçao zijn waarde voor de WIC.



Image credits: Norman B Leventhal

Na het verlies van de kolonie Brazilië in 1654 werd Curaçao steeds belangrijker voor de WIC. Door de gunstige ligging van Curaçao was handel zowel op Terra Fierme, in Venezuela als op andere Caribische eilanden mogelijk.


De Curaçaose bevolking groeide, mede door de komst van Sefardische Joden uit Brazilië. Ook stelde de WIC Curaçao open voor Europeanen die zich er wilden vestigen om landbouw te bedrijven. Daarnaast waren soldaten die hun tijd hadden uitgediend welkom om op het eiland te komen wonen. De WIC wilde dat planters handelsgewassen gingen verbouwen en voedsel gingen produceren voor de Curaçaose bevolking. De eerste plantages werden aangelegd vanaf de jaren 1650.



Slavenhandel en vrijhaven


De West-Indische Compagnie begon in 1655 met de slavenhandel op Curaçao. De slaven werden aangevoerd vanuit West-Afrika en werden op Curaçao aan land gebracht. De slaven werden verhandeld op de plantages Zuurzak en Asiento. De WIC leverde slaven tegen zeer scherpe prijzen en concurreerde zo de Engelse, Franse en Portugese handelaren de markt uit. De slaven werden door handelaren gekocht en vervolgens verscheept naar diverse bestemmingen in Midden-Amerika en Zuid-Amerika.


Slechts een klein deel van de Afrikanen bleef op Curaçao en kwam terecht op een van de plantages op het eiland. Een deel van de slaven werd gekocht door handelaren en ambachtslieden en bleef in de omgeving van Willemstad . Willemstad ontstond in de tweede helft van de 17e eeuw en lag naast het Fort Amsterdam, in Punda.


Curaçao werd in 1674 een vrijhaven, waardoor het een sleutelpositie verkreeg in het internationale handelsnetwerk. Mede hierdoor werd Curaçao een van de welvarendste eilanden in het Caribisch gebied.



Nederlandse kolonie


Curaçao werd in 1791 een echte Nederlandse kolonie na het faillissement van de WIC. In 1795 kwamen de slaven op Curaçao in opstand. De opstand ontstond onder de leiding van Tula , een slaaf die een centrale rol speelt in de geschiedenis van Curaçao. In navolging van Engeland (1834) en Frankrijk (1848) werd door de Nederlandse regering in 1863 de slavernij afgeschaft. De slaveneigenaren werden voor het verlies van hun eigendom door de Nederlandse staat met FL 200,- per slaaf gecompenseerd. Tot in het begin van de 20ste eeuw leefde Curaçao van handel, landbouw en visserij. De economie verbeterde toen de grote aardoliereserves in 1914 in Venezuela werden ontdekt. Shell vestigde op Curaçao een olieraffinaderij bekend als Isla. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde Curaçaose een belangrijke rol bij de levering van brandstof aan de geallieerde troepen. In 1953 verkreeg Curaçao politieke autonomie.



BACK TO TOP